Je kunt een rondje golf verliezen en toch drie keer gewonnen hebben. Dat klinkt tegenstrijdig, maar het is precies wat het Nassau golfspel al meer dan een eeuw zo populair maakt bij vriendengroepen. Geen ingewikkelde puntentelling, geen rekenwerk met handicaps nodig, gewoon drie keer achter elkaar opnieuw beginnen.
Het spel is vernoemd naar de Nassau Country Club op Long Island, New York. Daar bedacht clubkapitein John B. Coles Tappan rond 1900 het format. De leden van Nassau waren destijds zoveel beter dan omliggende clubs dat die clubs niet meer tegen Nassau wilden spelen, moe van steeds te verliezen. Door een rondje op te knippen in drie losse weddenschappen bleef er voor iedereen iets te spelen, ook voor wie na de eerste holes al kansloos leek.
Drie wedstrijden in één rondje
Een Nassau is in de kern simpel: je speelt om drie aparte inzetten. Eén voor de voorste negen holes, één voor de achterste negen en één voor de volledige achttien. Spreek je vooraf vijf euro per onderdeel af, dan heet dat een vijf-Nassau en staat er in totaal vijftien euro op het spel. Andere bekende bijnamen zijn "2-2-2" en "Best Nines".
Meestal wordt het gespeeld als matchplay: niet de totale score telt, maar wie op elke hole het laagste aantal slagen haalt, wint een punt. Bij gelijke score op een hole is het een "push" en krijgt niemand een punt. Dat maakt een Nassau ook geschikt om samen met Vegas, Skins of ander golfspellen voor je vriendengroep in één rondje te combineren.
Het mooie: een rampzalige voorste negen hoeft je dag niet te verpesten. Verlies je die met vijf holes, dan begint de telling op de tiende tee gewoon weer op nul voor de achterste negen. En zelfs als je beide negens verliest, kun je nog altijd de inzet over de volledige achttien pakken als je totale score toch lager uitvalt.
De press: verliezen bestaat niet
Het échte wapen van Nassau is de press, een mechanisme dat bijna geen ander golfspel kent. Sta je achter in een van de drie wedstrijden, dan mag je een nieuwe, aparte weddenschap openen voor de resterende holes van dat onderdeel. Meestal gebeurt dat op het moment dat je twee holes achterstaat: de gangbare afspraak is dat je dan mag persen. Je tegenstander accepteert zo'n press meestal, al mag die hem net zo goed weigeren.
Stel: je staat twee down met vier holes te spelen op de voorste negen. Je perst, en er ontstaat een gloednieuw bet voor die laatste vier holes, allebei weer op nul. Verlies je de oorspronkelijke wedstrijd alsnog, maar win je de press, dan breek je quitte. Win je beide, dan verdien je dubbel.
Het kan nog verder escaleren. Ga je ook in die press twee down, dan mag je de press persen: een derde, nieuwe weddenschap bovenop de eerste twee. Bij een Nassau van vijf euro per onderdeel kan de inzet op die manier, puur door elkaar steeds opnieuw uit te dagen, oplopen tot wel veertig euro. Dat is een rekenvoorbeeld van hoe snel het kan escaleren, geen vast gegeven voor elk rondje. Op de achttiende hole zelf wordt niet meer automatisch geperst: automatische presses beginnen nooit op hole 9 of 18, en de weddenschap over de volledige achttien holes wordt sowieso niet meer geperst.
Hoe je het zelf opzet
Spreek voor de eerste afslag drie dingen af. Eén: de inzet per onderdeel, in geld, biertjes of ballen. Twee: of presses verplicht geaccepteerd moeten worden of dat je ze mag weigeren. Drie: of je met of zonder handicapslagen speelt, zodat de sterkste speler in de groep niet elke keer met de buit vertrekt.
Nassau werkt met elk aantal spelers en in elke vorm: individueel, in koppels, met of zonder handicap. Daarmee voegt het zich moeiteloos bij het rijtje klassiekers dat Golf Buddies al behandelde, zoals het woordspelletje van Hammer of het gokspel Vegas. Waar die spellen draaien om één groot moment, bouwt Nassau juist drie kansen in om terug te komen. Precies dat maakt het, meer dan een eeuw na die eerste wedstrijd op Long Island, nog altijd het spel waar niemand voortijdig hoeft af te haken.
